Ridderkerk mikt nadrukkelijk op aanwezige warmte

5 May 2020, 10:56 uur
Algemeen
mainImage
Geert van Someren
In het college van B&W is wethouder Marten Japenga verantwoordelijk voor de energietransitie, waarbij aardgas plaats moet maken voor andere vormen van energie zoals warmtebronnen.

door Geert van Someren

Het Ridderkerks college van B&W wil in het kader van de energietransitie zowel gebruiken maken van restwarmte als van de in de bodem aanwezige warmte. Dat blijkt uit een advies dat het college van B&W heeft gegeven aan de provincie Zuid-Holland. De provincie heeft om dat advies gevraagd omdat Shell en Engie een vergunning hebben aangevraagd voor het opsporen van aardwarmte. Dat gebeurt met boringen in de grond. De opsporingsvergunning betreft een groot stedelijk gebied dat Rotterdam BAR wordt genoemd. Het gaat om de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Hoeksche Waard, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Zwijndrecht.

Het college van B&W in Ridderkerk staat bij het verdwijnen van aardgas in principe positief tegenover de toepassing van aardwarmte, zo blijkt uit een naar de gemeenteraad gezonden brief. “De regio kenmerkt zich door een overschot aan warmte voor nu en in de toekomst, ten opzichte van onze behoefte”, schrijft het college. “Naast restwarmte uit het Haven Industrieel Complex vormen geothermie en aquathermie een belangrijke bron voor het aardgasvrij maken van onze gebouwde omgeving. Ondanks dat we nut en noodzaak onderschrijven, vraagt het winnen van aardwarmte in ons dichtbevolkte gebied aandacht voor veiligheid en draagvlak”.

Participatie
“Om aan te kunnen geven dat deze maatschappelijke verantwoordelijkheidszin bij Shell en Engie aanwezig is dient participatie met de omgeving, in de breedste zin van het woord, uitgewerkt te worden. In de aanvraag is de toegevoegde informatie nog te beperkt”, zo staat in het advies aan de provincie. “Voor onze gemeenteraad is participatie van groot belang. Dat is ook bij eerdere claims op de ondergrond gebleken. Op welke manier en op welke momenten betrekken Shell en Engie onze inwoners bij opsporing en winning? Wat zijn de risico’s? En wat zijn de lusten en risico’s voor hen? Kunnen ook Ridderkerkse inwoners gaan profiteren van de gewonnen warmte?”, zijn onder andere de vragen die aan de provincie worden gesteld. Het Ridderkerkse college van B&W adviseert de provincie daarom aan de verantwoordelijke minister te vragen alsnog een eerste participatieplan te laten opstellen door de initiatiefnemers. “Op die manier kan bij de besluitvorming een adequate afweging worden gemaakt”.

Locatiekeus
In het advies aan de provincie benoemt het college van B&W nadrukkelijk dat de keus voor de boorlocaties belangrijk is. “In Ridderkerk zijn locaties te noemen waar een boring vanuit ruimtelijk of landschappelijk oogpunt minder wenselijk is. De ligging in een op milieugebied zwaarbelaste regio en de mogelijke maatschappelijke onrust liggen hieraan ten grondslag”. Het college noemt de landschappelijke inpassing van de uiteindelijke winningslocatie van essentieel belang.

Al eerder werd bekend dat het Ridderkerks college van B&W vooralsnog opteert voor het gebruik van beschikbare warmte voor de energietransitie. Groot nadeel daarvan is dat een nieuw transportnetwerk moet worden aangelegd. Dat leidt tot extra kosten en veel overlast. Een nadeel, dat de inzet van waterstof als energiebron niet kent, omdat daarvoor het huidige netwerk van gasleidingen geschikt kan worden gemaakt. Op dit moment worden woningen in Ridderkerk bij nieuwbouw en bij grootschalige renovaties niet meer voorzien van een aansluiting op gas.