De UEFA heeft deze week 31,5 miljoen euro uitbetaald aan clubs die in het seizoen 2024/2025 spelers afstonden aan landenteams om mee te doen aan de Nations League. Dat zijn de eerste betalingen die voortkomen uit de gemaakte afspraken tussen de Europese voetbalbond en alle clubs in Europa rond clubvergoedingen, het zogenoemde UEFA Club Benefits Programme. Feyenoord staat bijvoorbeeld Gjivai Zechiël af aan het Nederlands elftal.
De clubs betalen de salarissen van de spelers, ook als ze tijdens interlandperiodes voor hun land uitkomen. Daarom wilden de clubs daar financiële afspraken met de UEFA over maken.
De 31,5 miljoen wordt verdeeld onder 611 clubs uit Europa die in het seizoen 2024/2025 spelers afstonden voor de Nations League, een landentoernooi dat sinds 2018 bestaat. De Duitse club RB Leipzig ontvangt de hoogste vergoeding. Het gaat om een bedrag van 353.000 euro voor het afstaan van zestien spelers, meldt de UEFA.
Het bedrag van 31,5 miljoen euro maakt onderdeel uit van de 104 miljoen euro die de UEFA heeft gereserveerd voor de Nations League van 2024/2025, de huidige editie 2026/2027 en de kwalificatiereeks voor het Europees kampioenschap van 2028 in het Verenigd Koninkrijk en Ierland.
Elke keer dat een speler op het wedstrijdformulier van een nationaal team staat bij wedstrijden in de Nations League of de EK-kwalificatie krijgt de club waarvoor hij uitkomt 3845 euro.
"Het programma voor clubondersteuning erkent de essentiële bijdrage die clubs leveren aan het succes van het voetbal op nationaal niveau", zegt UEFA-voorzitter Aleksander Čeferin. "Via dit programma verdelen we een deel van de inkomsten uit de EK-kwalificatie en de Nations League onder clubs in heel Europa als erkenning voor hun rol bij de ontwikkeling van spelers en het afstaan van spelers aan nationale teams. Als het voetbal floreert, profiteert iedereen daarvan."
Door: ANP