De provincie Zuid-Holland mag de gemeente Ridderkerk voorlopig niet dwingen om samen te werken met elf andere gemeenten in de regio Rotterdam bij de verdeling van huurhuizen. Ridderkerk had aan de voorzieningenrechter van de Raad van State gevraagd het provinciale besluit over samenwerking te schorsen. Dat verzoek is ingewilligd.
De gemeente Ridderkerk was uit een samenwerkingsverband met de andere gemeenten over het verdelen van huurwoningen gestapt. Een meerderheid van de gemeenteraad had zich uitgesproken voor een eigen systeem, zodat de huizen in Ridderkerk vooral naar eigen inwoners zouden gaan.
Het college van Gedeputeerde Staten gaf Ridderkerk daarna de opdracht om weer te gaan samenwerken met de andere elf gemeenten. Ridderkerk diende vervolgens een bezwaarschrift in bij de provincie. In afwachting van een reactie daarop vroegen burgemeester en wethouders bij de voorzieningenrechter van de Raad van State om schorsing van het besluit van het dagelijks provinciebestuur.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van Zuid-Holland om samenwerking op te leggen als de gemeenten er onderling niet uitkomen een uiterste middel is. Daarom moet de provincie eerst een besluit nemen over de bezwaren van Ridderkerk, voordat ze samenwerking met de elf andere gemeenten verplicht. De provincie verwacht in april met een besluit op het bezwaarschrift van Ridderkerk te komen.
De provincie vindt dat ze zeer zorgvuldig te werk is gegaan voordat Ridderkerk de opdracht werd gegeven weer te gaan samenwerken. Verder laat Zuid-Holland weten zo voortvarend mogelijk te willen werken aan de aanpak van de woningnood. De gemeente Ridderkerk heeft nog niet gereageerd op de uitspraak.