Hoeveelheid restafval neem toe in plaats van af

29 August 2025, 18:36 uur
Lokaal
mainImage
Geert van Someren
In het restafval zitten veel zaken die er niet thuis horen, zoals GFT, glas, papier, karton en textiel. Kader: het CU-raadslid Tjalke Alkema.

door Geert van Someren

De hoeveelheid restafval die in Ridderkerk wordt opgehaald neemt toe in plaats van af. In het gemeentelijke beleidsplan uit 2019 stond dat in 2025 de ambitie is om nog maar maximaal 30 kg per inwoner te hebben. Op termijn (in 2050) wil Ridderkerk een afvalloze gemeente zijn, zo werd zes jaar geleden gesteld.

Afgelopen jaar is de hoeveelheid restafval uitgekomen op 197 kg per inwoner. Dat was vrijwel evenveel als in 2023 (193 kg). “De ambities uit het beleidsplan lijken niet meer haalbaar”, stelt het raadslid Tjalke Alkema (ChristenUnie) in een gespreksnotitie. Die notitie staat op de agenda van de vergadering van de raadscommissie Samen Wonen, die op donderdag 4 september wordt gehouden.

197 kilo restafval

Alkema benoemt in de notitie dat bij de afvalverwerker Omrin sinds 2019 het percentage bruikbare stoffen dat wordt gehaald uit het restafval, is toegenomen van 53% naar 73%. “Dat is een mooi resultaat van alle inspanningen gebaseerd op het afvalplan, met een positief effect op ons milieu en de portemonnee”, schrijft Alkema. Uit sorteeranalyses blijkt dat van de 197 kilo restafval per inwoner 90 kilo bestaat uit GFT (groente, fruit en tuinafval), glas, papier, karton en textiel. Dat kan apart worden ingeleverd. Vergeleken met andere gemeenten doen Ridderkerkers dat minder goed.

Helder

Met de gespreksnotitie wil het raadslid “helder krijgen op welke wijze de gemeente de afvalscheiding verder kan optimaliseren en de ambities uit het beleidsplan afval en grondstoffen 2019-2023 haalbaar kan maken”. Van wethouder Henk van Os wil hij onder meer weten hoe die aankijkt tegen het niet halen van de ambities en wanneer het huidige Beleidsplan afval en grondstoffen wordt geëvalueerd en vernieuwd. Alkema vraagt aan de andere raadsleden van de commissie wat ze van de stand van zaken vinden en of ze de doelstellingen van het beleidsplan nog steeds onderschrijven.