Op papier is het allemaal even fraai als geruststellend. Een groene, stedelijke nieuwbouwwijk De Stationstuinen in Barendrecht waar voetgangers en fietsers voorrang krijgen en de auto bescheiden op de achtergrond blijft. Verkeer wordt straks slim om de nieuwbouwwijk van circa 4.000 woningen heen geleid via de Boezemweg, zodat binnen de grenzen van de nieuwe buurt rust en ruimte ontstaan. Wie wil dat nou niet?
Alleen verkeer heeft de hardnekkige eigenschap dat het zich weinig aantrekt van goede bedoelingen. Want wat hier feitelijk gebeurt, is niet dat de auto verdwijnt, maar dat hij wordt doorgeschoven. Niet door de wijk, maar eromheen. En precies daar wordt het interessant. Of, afhankelijk van je ochtend- of avondspits, problematisch.
De rotonde bij de Boezemweg en Ziedewij is inmiddels een soort tastbare metafoor voor dat beleid. Aangelegd, maar nog niet af. Een rijstrook die netjes begint en vervolgens abrupt ophoudt. Alsof het verkeer alvast wordt voorbereid op wat komen gaat: stoppen, wachten, en nog eens wachten. Met de geplande extra ontsluiting moet dat worden opgelost, al betekent “oplossen” hier vooral dat er straks meer verkeer gebruik van kan maken.
En dat zal het ook doen. Niet alleen de toekomstige bewoners van duizenden nieuwe woningen, maar ook het bestaande verkeer en de onvermijdelijke stroom busjes van het AH distributiecentrum in de buurt. Alles komt samen op dezelfde paar wegen, dezelfde rotondes, dezelfde aansluitingen.
De belofte is dat de druk op wegen zoals de Gebroken Meeldijk afneemt. Dat klinkt logisch, totdat je beseft dat die druk niet verdwijnt maar simpelweg verhuist. Van de ene straat naar de andere. Van binnen de wijk naar de randen ervan. Alsof je een waterbed indrukt en verbaasd bent dat het ergens anders omhoog komt.
Dat dit geen theoretisch probleem is, bleek al eerder uit kritiek dat de verkeersgevolgen van de plannen nogal optimistisch zijn ingeschat. Parkeren, doorstroming, bereikbaarheid het zijn van die details die pas écht opvallen als ze niet werken. Maar tegen die tijd is de wijk er al.
Het idee van een autoluwe wijk is op zichzelf niet het probleem. Het is zelfs een logisch en nobel streven. Maar het wordt een stuk minder overtuigend als het vooral neerkomt op het verplaatsen van het probleem naar plekken waar iedereen er last van heeft, maar niemand zich er echt verantwoordelijk voor voelt.
En zo ontstaat een bijna elegante paradox. Binnen De Stationstuinen straks alle ruimte voor groen, rust en langzaam verkeer. Daarbuiten een rondweg die steeds voller loopt, rotondes die functioneren als flessenhals en toegangswegen die langzaam veranderen in wachtrijen.
Barendrecht krijgt er zo geen autoluwe woonwijk bij, maar mogelijk een file met woningen ernaast. Dat is ook een vorm van stedelijke ontwikkeling. Het ziet er alleen net niet uit als de gelikte folderversie.