Op Koningsdag kleurt Nederland massaal oranje – van kleding tot vlaggen en zelfs gebak. Eén lekkernij steekt er met kop en schouders bovenuit: de oranje tompouce. Maar waar komt deze smakelijke traditie eigenlijk vandaan?
De oorsprong van de oranje tompouce ligt verrassend genoeg bij de geboorte van koning Willem-Alexander in 1967. Naast de bekende beschuit met blauwe muisjes besloot het koningshuis deze feestelijke gebeurtenis ook te vieren met oranje tompouces. Daarmee werd een nieuwe traditie geboren. Sindsdien is het gebakje uitgegroeid tot hét symbool van Koningsdag.
De tompouce zelf bestond al veel langer. Het gebakje, met lagen bladerdeeg en room, vindt zijn oorsprong in de Franse millefeuille en werd in Nederland al in de negentiende eeuw populair. Oorspronkelijk had het meestal een roze glazuurlaag, maar rond nationale feestdagen werd deze kleur vervangen door oranje.
De keuze voor oranje is geen toeval: het verwijst naar het Huis van Oranje-Nassau en staat symbool voor nationale trots. Door deze combinatie van geschiedenis, symboliek en een flinke dosis marketing groeide de oranje tompouce uit tot een onmisbare traktatie op 27 april.
Kortom: wie op Koningsdag een oranje tompouce eet, proeft niet alleen iets lekkers, maar ook een stukje Nederlandse geschiedenis.