Door wachtlijsten bij de jeugdbescherming hebben ruim 200 kinderen geen vaste voogd, zo blijkt uit onderzoek van Investico en Trouw. Jeugdbescherming moet hier onmiddellijk iets aan doen, vindt hoogleraar Mariëlle Bruning.
Ruim 200 kinderen in Nederland die een vaste voogd zouden moeten hebben, hebben die niet. Het gaat om kinderen met ouders die geen gezag meer hebben, omdat hen dat is ontnomen door de rechter. Door personeelstekort ontbreekt een vaste medewerker van de jeugdbescherming die de veiligheid van het kind in de gaten houdt en belangrijke beslissingen neemt. Dat blijkt uit cijfers die Investico en Trouw opvroegen bij de organisaties voor jeugdbescherming.
"Dit kan absoluut niet", zegt Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. "Er moet altijd iemand zijn die zicht houdt op het kind. Dat is iets dat Nederland als beschaafd land moet bieden." Ook Joost Huijer, universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, spreekt van "een heel ongewenste situatie". "Het gaat om wezenlijke beslissingen die de voogd moet nemen. Iemand moet een handtekening zetten als het gaat om medische zaken, schoolkeuze, de inzet van jeugdhulp, paspoorten. Nu moet een andere medewerker van de jeugdbescherming dat doen, zonder uitgebreide dossierkennis en waarschijnlijk zonder het kind goed te kennen."
Door: ANP