Lichte stijging hypotheekrente verwacht in 2021

22 October 2021, 13:11 uur
Landelijk
mainImage
Pexels

ABN AMRO heeft in de nieuwe Woningmarktmonitor van oktober 2021 opnieuw haar verwachtingen bijgesteld. Eerder werd nog uitgegaan van een huizenprijsstijging van 12,5%, maar het Economisch Bureau verwacht nu een stijging van 15%. Ook voor 2022 wordt al een stijging van 10% verwacht in plaats van de eerder genoemde 5%. ABN AMRO kondigt daarnaast een lichte stijging van de hypotheekrente in 2021 aan en verwacht een daling in het aantal woningaankopen.
 
Afgelopen augustus stijging van 17,8%
“Volgens de cijfers van het CBS en het Kadaster lagen de huizenprijzen afgelopen augustus 17,8% hoger dan een jaar geleden. De verwachting is dat de prijsstijging de komende maanden hoog blijft,” zegt Philip Bokeloh, senior econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Ondanks deze toename zijn de netto maandlasten, als percentage van het netto inkomen relatief laag gebleven. Dit komt vooral door de daling van de hypotheekrente. Het Economisch Bureau verwacht dat hier een einde aan komt. De toegenomen inflatie heeft ervoor gezorgd dat de rente op de financiële markten is opgelopen. Als gevolg zijn de kosten van hypotheekverstrekkers gestegen. Daarom verwacht ABN AMRO dat de hypotheekrente de komende tijd heel licht kan stijgen.
 
Woningaankopen niet langer op recordhoogte
Door de daling van de overdrachtsbelasting was er eerder dit jaar een recordaantal woningaankopen, omdat starters hun aankoop over het jaar een hadden getild. Nu merkt het Economisch Bureau echter een daling op. Er worden niet alleen minder bestaande woningen verkocht, ook het aantal aankopen van nieuwbouwwoningen is gedaald. De kans is klein dat het aantal nieuwe koopwoningen op korte termijn snel zal toenemen. Het aantal afgegeven bouwvergunningen stijgt onvoldoende om in de groeiende woningbehoefte te voorzien. Door de prijsstijgingen stellen potentiële verkopers het te koop zetten van huis uit, wat het woningaanbod nog verder omlaagdrukt.
 
Minstens 900.000 nieuwbouwwoningen
Een gunstige ontwikkeling is dat het kabinet van plan is geld uit te trekken voor de versnelling van de bouw van nieuwbouwwoningen; dit werd afgelopen Prinsjesdag bekend gemaakt. Het kabinet maakte bekend de komende tien jaar jaarlijks 100 miljoen euro te willen investeren. Dit is een lichtpunt voor de woningbouw. Met het oog op het huidige woningtekort en de doorzettende bevolkingsgroei zullen er tot 2030 maar liefst 900.000 woningen moeten worden gebouwd. De ervaring leer echter dat niet alle plannen gerealiseerd zullen worden en dat er 30% meer woningen nodig zijn dan de doelstelling.
 
Sterk prijsverschil tussen provincies
Uit de Woningmarktmonitor blijkt dat er nauwelijks een verschil is in de prijsstijging tussen de diverse woningtypes, prijsklassen en bouwjaren. Wel is er een duidelijk verschil te zien tussen de Nederlandse provincies. In provincies met een gemiddeld lager prijsniveau, zoals Groningen, stijgen de prijzen het hardst. Toch ligt daar de gemiddelde koopsom met €276.000 nog altijd €183.000 lager dan in bijvoorbeeld Noord-Holland en €90.000 onder het nationale gemiddelde. Het prijsverschil tussen de Randstad en de provincies daarbuiten blijft echter groot.