De uitbreiding van windenergie op land in Nederland is op een historisch laag niveau. Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) maandag. Voor dit jaar wordt een daling van het totale opwekvermogen verwacht.
In totaal kwam er vorig jaar 96 megawatt aan vermogen bij. Dat is de laagste toename sinds 2017. Er werden 29 nieuwe windturbines geplaatst en 20 turbines afgebroken. Daarmee kwam het totaal aantal windturbines op land eind 2025 uit op ruim 2550, met een gezamenlijk vermogen van meer dan 7000 megawatt. Ook zit er nog zo'n 1700 megawatt aan nieuwe projecten in de pijplijn.
Onzekerheid en netcongestie remmen de groei van windenergie op land, volgens de RVO. Zo worden er oudere windturbines afgebroken, maar ontbreekt het volgens het agentschap nog aan nieuwe landelijke milieunormen voor windmolens op land. "Deze onzekerheid zorgt voor vertraging bij de ontwikkeling van nieuwe projecten." Ook moeten enkele windparken door het overbelaste elektriciteitsnet langer wachten op een aansluiting.
De ontwikkeling van windenergie verschilt bovendien sterk per regio. In Gelderland, Groningen, Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland kwamen er meer turbines bij. Daar zijn zes windparken geheel of deels gerealiseerd.
Flevoland heeft de grootste productiecapaciteit van windenergie, gevolgd door Groningen en Friesland. Utrecht en Overijssel beschikken over het minste vermogen, maar daar zijn wel weer veel projecten in voorbereiding. Windmolens worden ontwikkeld voor een levensduur van twintig tot dertig jaar.
Dat dit jaar een daling van het totale opwekvermogen wordt verwacht, heeft te maken met de vervanging van bepaalde turbines. In Flevoland en Noord-Holland zijn een paar jaar geleden nieuwe, grotere en efficiëntere windmolens geplaatst, ter vervanging van kleinere turbines. De opbrengst van die kleinere turbines werd eerder wel meegeteld. Ze moeten echter in 2026 afgebroken worden.
Door: ANP