Een grote opgave, zo noemen de commissarissen van de Koning in de twaalf provincies de opdracht die hun gemeenten hebben gekregen voor de opvang van asielzoekers. De nieuwe asielminister Bart van den Brink (CDA) maakte vrijdag bekend hoeveel opvangplaatsen in elke provincie geregeld moeten worden. Wettelijk gezien had dat al voor 1 februari bekend moeten zijn, maar Van den Brinks voorganger Mona Keijzer besloot dat aan de nieuwe minister over te laten.
"Het is goed dat er nu vanuit het kabinet duidelijkheid en transparantie wordt geboden. Wat mij betreft voorwaarden van behoorlijk bestuur", zegt Wouter Kolff, de CdK in Zuid-Holland, namens de zogeheten Kring van Commissarissen.
Van de 88.000 benodigde plekken zijn er nu 50.000 beschikbaar. De resterende plaatsen moeten vooral worden gevonden in Zuid-Holland (ruim 11.400), Noord-Holland (bijna 7700), Noord-Brabant (7200) en Gelderland (4900). "De minister geeft aan dat het een grote opgave is. Dat onderschrijven wij", aldus Kolff. De Zuid-Hollander zit namens de twaalf commissarissen aan de zogenoemde landelijke regietafel, waar diverse ministeries, gemeenten en het COA de asielopvang bespreken.
Twee jaar geleden moesten de gemeenten gezamenlijk 96.000 opvangplaatsen regelen, nu is dat 88.000. De minister heeft al een indicatieve verdeling gemaakt, maar gemeenten praten daar verder over aan provinciale regietafels onder leiding van de CdK's.
"Opnieuw vragen wij aandacht voor de ruimtelijke opgaven die dit dossier vraagt van Nederland en ook voor de financiering en steun vanuit het Rijk", aldus Kolff. De commissarissen hadden eerder kritiek op het beleid van het vorige kabinet rond de handhaving van de spreidingswet, die voor een evenwichtige verdeling van asielzoekers over het land moet zorgen.
Door: ANP