Wat moesten de Steurtjes in Nieuw-Guinea? 1930 

12 October 2026, 09:59 uur
Columns
mainImage

Het is 5 november 1931 en heel Indië leest wat tehuisvader Pa van der Steur besloten heeft in de krant te zetten: hij haalt zijn Steurtjes terug uit Nieuw-Guinea.
Het is daar helemaal mis gelopen.
De crisisjaren waren voor iedereen in Europees Indië hard, maar vooral voor de Indo-Europeanen. Nog steeds werden uit hun betrekking verdrongen door een inmiddels goed opgeleide Indonesiër die met minder loon tevreden was. Het Indo-Europees Verbond kon de vraag om hulp nauwelijks aan. Wat te doen?
Dit is de tijd zonder uitkeringen. Mensen waren op elkaar aangewezen en op de liefdadigheid, zo die er was.
Dan grijp je vanzelf de kansen die er zijn of die er lijken te zijn.
 
In de jaren 1930 ontstaan er in Indië dan ook verenigingen die zo'n kans bieden. Naar Nieuw-Guinea gaan en daar zelfvoorzienend leven. Werken. Eten. Leven, zonder zorgen, althans, dat is het beeld.
Wat moet dat voor velen aantrekkelijk zijn geweest.
 
Op zaterdag 15 november 1930 publiceert het Algemeen Handelsblad een artikel waarin sprake is van 'honderden gegadigden' voor de tocht, die opgezet is door de Vereeniging Kolonisatie Nieuw Guinea.  Slechts veertig ervan konden mee.
Met deze grote groep door de Vereeniging uitgezonden, ging een andere groep mee: 20 jongens, de helft afkomstig van Pa, en de andere helft afkomstig uit het Protestants Weeshuis (Semarang). Allen bereid te werken, en dat moest ook. Het idee was zelf-doen, dus ook geen Papoea's in dienst nemen.
De meeste aandacht ging vanzelf uit naar de Steurtjes en dat had ook alweer te maken met wat Pa in de kranten wist te krijgen. Publiciteit maken kon hij uitstekend.

Maar dat had een keerzijde. Al in 1931 wist een krant: 'Het spijt ons te moeten melden, dat de jongens van Pa van der Steur het meeste kattekwaad uithalen, het brutaalst en het ongezeglijkst zijn.'
Pa van der Steur moest, zoals het zo mooi heet, aan damage control doen. De schade aan zijn naam beperken, zodat de donateurs geld aan zijn tehuis bleven geven. Daarbij moesten zijn jongens terug.

In de krant nam hij de verantwoordelijkheid op zich: 'Ik heb de fout gemaakt te jonge en te weinig initiatief bezittende jongelui voor de kolonisatie te geven. De  kolonisatie heeft de fout gemaakt deze jongens te veel zonder verband te laten werken en zonder georganiseerd plan.
Al doende leert men en met schade en schande wordt men wijs.'
 
Met andere woorden, hij was menselijk, had ervan geleerd en de jongens konden het eigenlijk niet helpen en daarbij, de leiding was vooral in gebreke gebleven. Zijn maandelijkse donaties aan de  Vereeniging Kolonisatie Nieuw Guinea hielden dan ook meteen op. Dat geld koin hij beter besteden, zoals aan de reiskosten van de Steurtjes die weer terug naar het tehuis moesten komen.
 
Het had zo mooi geleken. En nu waren er nieuwe problemen ontstaan. Wat moesten de Steurtjes beginnen die weer terug waren? Wat konden de achterblijvers nog voor elkaar krijgen? Daar ga ik een kennislezing over geven, met de achtergronden erbij, en zoals altijd mooi historisch beeld.
 
Meer informatie op:
https://www.indischeschrijfschool.nl