Soms is niet demonstreren ook beschaving

2 August 2026, 10:39 uur
Columns
mainImage

Vrijheid van meningsuiting. Het recht om te demonstreren. Het recht om het hartgrondig met elkaar oneens te zijn. Het zijn grote verworvenheden van onze democratische rechtsstaat. Ik zal die rechten altijd verdedigen. Ook wanneer woorden mij raken. Ook wanneer een mening mij pijn doet. Maar het recht om te demonstreren betekent niet dat iedere plaats, ieder moment en iedere vorm van protest ook juist is. Soms is niet demonstreren geen lafheid. Soms is het beschaving.

Joodse Rotterdammers
Op 30 juli werden bij Loods 24 de Joodse Rotterdammers herdacht die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden weggevoerd en vermoord. Mannen. Vrouwen. Kinderen. Geen vertegenwoordigers van een regering. Geen soldaten in een oorlog. Maar gewone mensen die werden vervolgd, gedeporteerd en vermoord, uitsluitend omdat zij Joods waren.

Nooit meer Auschwitz
Net als andere jaren was ik bij deze herdenking aanwezig. Om de slachtoffers te gedenken. Om hun namen en geschiedenis levend te houden. En om opnieuw die wezenlijke oproep uit te spreken: Nooit meer Auschwitz. Nooit meer oorlog. Dat er nu, ruim tachtig jaar later, nog altijd oorlogen worden gevoerd, doet niets af aan die oproep. Integendeel. Het maakt haar alleen maar indringender.

Demonstreren
Juist tijdens deze herdenking besloten demonstranten hun stem te verheffen. Dat raakt mij diep. Niet omdat er niet voor Palestijnse rechten gedemonstreerd mag worden. Palestijnen hebben recht op veiligheid, vrijheid, menselijke waardigheid en een toekomst. Maar waarom moet dat protest plaatsvinden op het moment waarop anderen hun vermoorde ouders, grootouders, broers, zussen en kinderen herdenken?

Wie deze herdenking verstoort om Israël te treffen, treft geen regering. Die treft nabestaanden. Die treft mensen die stilstaan bij slachtoffers die zich niet meer kunnen verdedigen. Die treft mensen die ooit volledig werden uitgesloten, ontmenselijkt en uitgewist. Een demonstrant kan ervan overtuigd zijn dat hij aan de goede kant van de geschiedenis staat. Maar die overtuiging geeft niemand het recht om het verdriet van anderen binnen te vallen. Wie zichzelf tot morele winnaar uitroept, ontneemt anderen bovendien het recht om daar anders over te denken. Morele verontwaardiging is geen vrijbrief voor morele blindheid.

Israël en Palestina
Als kind van de eerste generatie na de Tweede Wereldoorlog voel ik mij sterk verbonden met het Joodse volk. Ik ben opgegroeid met het besef van wat de Joden in Europa is aangedaan. Met de wetenschap dat uitsluiting begint met verdachtmakingen. Dat verdachtmakingen kunnen leiden tot afzondering.
Afzondering tot ontmenselijking. En ontmenselijking uiteindelijk tot vernietiging. Daarom ben ik voor het bestaansrecht van Israël.  Het Joodse volk moet veilig kunnen leven. Zonder voortdurend te hoeven vrezen dat anderen hun bestaan willen uitwissen.

Tegelijkertijd erken ik de rechten en het bestaansrecht van de Palestijnen. Ook zij hebben recht op een eigen toekomst. Ook hun verdriet is werkelijk. Die twee overtuigingen sluiten elkaar niet uit. Ik hoef het leed van Palestijnen niet te ontkennen om het bestaansrecht van Israël te verdedigen. En ik hoef het bestaansrecht van Israël niet te ontkennen om op te komen voor Palestijnse mensenrechten. Misschien begint vrede juist bij het vermogen om twee pijnlijke werkelijkheden tegelijk onder ogen te zien.

Herdenken
Juist daarom moet een herdenking veilig zijn. Een plek waar nabestaanden hun doden mogen gedenken zonder geschreeuw. Waar namen mogen worden uitgesproken zonder dat leuzen erdoorheen snijden. Waar verdriet even niet hoeft te worden uitgelegd. Niet hoeft te worden verdedigd. Niet hoeft te worden bevochten. Demonstreren mag schuren. Het mag confronteren. Het mag ongemakkelijk maken. Maar wie strijdt tegen onrecht door het verdriet van anderen te vertrappen, verliest de menselijkheid waarvoor hij of zij zegt te strijden. Vrijheid van meningsuiting is een recht. Demonstreren is een recht.

Respect is een keuze.En soms is de meest menselijke keuze om niet te demonstreren. Om een stap terug te doen. Om mensen hun bloemen te laten leggen. Hun gebeden te laten uitspreken. Hun tranen te laten vloeien. Hun doden te laten herdenken. Wie werkelijk voor mensenrechten strijdt, beschermt niet alleen het recht om te demonstreren. Die beschermt ook het recht van een ander om in stilte te rouwen.