De njai in het spel (1931)

17 August 2026, 08:51 uur
Columns
mainImage

Naarmate de moderne tijd vorderde, ik bedoel de jaren 1930 en  jaren 1930, waarin alles gebeurde, zoals de eerste luchtoversteek Holland-Indie (1924), waarin meer auto's een sneller verkeer mogelijk maakten, waarin telefoon opkwam, de Volksraad was een instelling waarin Indonesiërs vroegen wel om onafhankelijkheid, maar dat hoefde natuurlijk niet meteen, wist de Vaderlandsche Club. Het interneringskamp Boven-Digoel liet volgens conservatoef-koloniale kringen goed zien wat er met dat soort dwarsliggers kon gebeuren.
 
En toch, hoe modern het Europese leven ook was, er bleven enkele overblijfselen bestaan uit de tijd daarvoor. Sinds oudsher was er een angst om in het veilige thuis toch onveilig te zijn. Zelfs de damesromans van eind negentiende eeuw schreven over njai's die hun toean vergiftigden, met succes ook. Wat kon je doen, als Europese man met zekere behoeften?
Niets, zei de angst.
Zoals in het klein, zo in het groot.
Zoals in het huiselijke domein, zo in de maatschappij.
 
Dus misschien was het juist door de moderne tijd, met die steeds luidere stemmen over onafhankelijkheid, dat de oude angst weer opdook.  In maart 1931 publiceerde de Sumatra Post het artikel 'Merkwaardige toestand: de njai in het spel' over een Europese man, die thuis ten gronde was gericht door zijn njai.

Het artikel vermeldde dat de heer Jansen (iedereen kende wel een Jansen) in het  krankzinnigengesticht te Lawang was overleden.
Jaren ervoor was hij rijk geweest, een vermogen van zeker 70.000 gulden, verdiend dankzij de opkomst van het autobuswezen.
Dat kan, zullen de lezers hebben gedacht, want inderdaad: juist de afgelopen jaren was ook de autobus in Indië in ontwikkeling, met alle problemen voor de infrastructuur van dien. Daar hadden de kranten veel over geschreven.
Goed detail dus. Geloofwaardig.
 
Wat doet een Europees man met geld? Precies. Rentenieren in een riant huis, nabij Malang. Daar ontving hij zijn oudere broer, die op weg was naar Amerika.
Tien maanden later komt de broer weer. En hij zag dat het mis was, schreef de krant, te weten: zijn njai zou hem financieel hebben uitgebuit. Er was sprake van totale verwaarlozing: de man zelf, zijn boekhouding: "bankbiljetten lagen overal verspreid en zijne huishoudster was heer en meester over zijn schrijfbureau". De broer moet het met ontzetting hebben waargenomen: ' De heer des huizes scheen overal genoegen mede te nemen, begon vreemd te doen en moest tenslotte in het krankzinnigengesticht opgenomen worden.'
 
Wat de broer ook zag was dat de chauffeur auto's had gekocht: een  Cadillac en een Packard. Luxe auto's, uit zowat het hoogste segment en dat op zijn salaris.
Ingrijpen was niet mogelijk. Ach, wat een ellende. Meneer Jansen dood, het meisje naar een gesticht (wel met het vooruitzicht nog 9.000 gulden te erven, wat veel geld is maar in vergelijking met 70.000 gulden opeens niet zo veel) en de huishoudster en de chauffeur bleven in het riante huis wonen.
 
Hoe kort ook, het was een klassiek griezelverhaal over machteloosheid die geleidelijk toeneemt. Er zaten voldoende aannemelijke elementen in. Wat overbleef, was een verhaal om aan elkaar te vertellen, aan de kletstafels in de soos, op de kantoren en in de toko's. Zoiets kon zomaar gebeuren, in je eigen huis. De Indonesiër bleef toch altijd de onbetrouwbare ander. dat was sinds jaar en dag de moraal van dit verhaal.
 
https://www.indischeschrijfschool.nl