door Geert van Someren
Uit een brief aan de gemeentebesturen van Ridderkerk, Barendrecht en Albrandswaard blijkt twijfel of het gegarandeerde scheidingspercentage van 38% in het nieuwe afvalplan wel wordt gehaald. Volgens het nieuwe afvalplan gaan de drie gemeenten per 1 januari over op het bij een verwerker nascheiden van afval, in plaats van het vooraf door de inwoners te laten doen. De gemeenten worden aandeelhouder bij de inzamelaar Irado, die vervolgens via een zogeheten quasi-inbesteding de verwerking laat doen bij Omrin in Heerenveen.
Door het door de leverancier genoemde percentage van 38% gaan de gemeenten ervan uit, dat de nascheiding beter uitvalt dan het vooraf scheiden. In de brief stelt concurrent Attero dat het gegarandeerde scheidingspercentage niet correct is. “De organische natte fractie welke onderdeel is van deze 38% en wordt afgescheiden, betreft geen grondstoffen valt ook niet onder de definitie van recycling volgens de wettelijke bepalingen. In de installatie van Attero in Wijster wordt de organische natte fractie ook uit het restafval gescheiden, vervolgens vergist, waarbij groen gas wordt geproduceerd. Echter, gelet op de wettelijke regels, wordt deze nagescheiden stroom door ons niet als grondstof meegeteld”, zo staat in de brief aan de drie gemeentebesturen. Attero vindt dat daardoor bij de keus voor de verwerker appels met peren zijn vergeleken.
In de brief staat verder dat het argument van de gemeenten om te kiezen voor Omrin mede vanwege de afstand waarover afgescheiden stoffen moet worden vervoerd, onjuist is. “Bij onze installatie in Wijster wordt het restafval nagescheiden en ook direct op dezelfde locatie gesorteerd. In tegenstelling tot Omrin bevindt onze afvalenergiecentrale voor de verwerking van het overgebleven restafval zich ook daar. Daarnaast wordt de procentueel grootste stroom afgescheiden verpakkingsafval, de LDPE folie, eveneens op dezelfde locatie verwerkt tot granulaat. Dat dient als grondstof voor nieuwe kunststoffen”.
Een derde bezwaar van Attero is de stelling van de gemeentebesturen dat via Omrin de meest duurzame verwerking van het restafval tegen de laagste kosten wordt gerealiseerd. “Op basis waarvan kan deze conclusie worden getrokken, als andere verwerkers niet eens in de gelegenheid zijn geweest om een concreet voorstel te doen? De door de gemeenten gehouden marktconsultatie is niet afdoende om zo’n stellige conclusie te trekken”, staat in de brief.
Attero zegt ervan uit te gaan dat de inhoud van de brief voldoende basis is om terug te komen op het voornemen om de verwerking van het restafval quasi in te besteden. De verwerking zou vervolgens conform de wettelijke regels via een Europese aanbesteding in de markt moeten worden gezet. Uit de stempeling op de brief blijkt dat het college van B&W de brief voor kennisgeving aanneemt.