door Geert van Someren
Het aantal schriftelijke vragen van de leden van de Ridderkerkse gemeenteraad stijgt explosief. In de eerste twee maanden van dit jaar zijn maar liefst 21 vragen beland op de bureaus van de zes leden van het college van B&W. In heel 2019 waren dat er 32. In de acht jaar daarvoor dienden de 29 raadsleden gemiddeld zo’n 15 vragen per jaar in, met uitschieters van 6 in 2013 en 31 stuks in 2015.
De vragen van dit jaar zijn zowel afkomstig uit de oppositiepartijen als uit de coalitie. Vooral kwamen de vragen van de grootste oppositiepartijen Leefbaar Ridderkerk en PvdA, maar ook de grootste coalitiepartij 18Plus stelde vragen. CDA, EVR, VVD en D66 ontbreken dit jaar nog bij de vragenstellers. Het tijdig (binnen 30 dagen) beantwoorden van de schriftelijke vragen is een aantal jaren geleden sterk verbeterd. Bij vertragingen informeert het college binnen die termijn daarover de vragensteller via de griffier van de gemeenteraad.
Naast de schriftelijke vragen hebben de raadsleden de mogelijkheid mondeling vragen te stellen in het vragenuurtje tijdens de maandelijkse raadsvergadering. Daar wordt goed gebruik van gemaakt en wel in die mate toen vorig jaar het vragenuurtje ook echt een uur duurde, de burgermeester als voorzitter van de raad aankondigde daarover in het presidium met de voorzitters van de fracties te gaan overleggen. Wat dat overleg heeft opgeleverd, is niet bekend gemaakt.