Komende donderdag trekt de lokale politiek in Ridderkerk een dag en een avond uit voor de algemene beschouwingen, de behandeling van de begroting voor 2020 en de lopende jaarrekening. Inmiddels is vrijwel iedereen ervan overtuigd dat Ridderkerk er weliswaar financieel goed voor staat, maar dat – uitgaand van een sluitende begroting – er niet veel ruimte meer is voor extraatjes. Leek het er in september bij de presentatie van de eerste versie van de begroting voor volgend jaar nog op dat rekening mocht worden gehouden met een plus van 242.400 euro, sindsdien is die verwachte plus voor 2020 geslonken naar 24.200 euro. Op een ‘omzet’ van 128 miljoen euro een te verwaarlozen bedrag.
Ter voorbereiding op de behandeling van de begroting hebben de elf fracties in de Ridderkerkse gemeenteraad vragen kunnen stellen aan het college van B&W. Inmiddels zijn die allemaal door het college beantwoord. Opvallend is dat het aantal vragen met 222 stuks beduidend hoger is dan afgelopen jaar. Toen zijn 146 vragen naar het college van gestuurd. Hiermee is het niveau terug op dat van 2018, toen er 221 vragen kwamen uit de gemeenteraad. Alle elf fracties hebben vragen gesteld. Daarbij is de PvdA met 73 stuks met afstand de grootste vragensteller. Coalitiepartij SGP maakt met 6 stuks het kleinste vragenlijstje. Verder valt op dat EVR (33 stuks) en CDA (24) veel meer vragen stelden dan eerder gebruikelijk was bij coalitiepartijen. Van de coalitie komen dit keer in totaal 90 van de 222 vragen. Dat percentage van 40,5% is beduidend hoger dan dat van 2018: 31,5%. En veel hoger dan de 23,5% van het jaar daarvoor.
Het antwoord op een vraag van de PvdA schept duidelijkheid over hoe de gemeente er financieel voor staat. “U stelt dat de gemeente er financieel goed voorstaat, maar dat voor een structureel en reëel evenwicht acties noodzakelijk zijn. Bedoelt u dat u wilt bezuinigen en/of dat bestaande uitgaven vanwege de collegeplannen moeten worden omgebogen”, zo vragen de socialisten zich af. Het college antwoordt daarop dat “uit de programmabegroting en meerjarenraming blijkt dat de budgettaire ruimte klein is. Voor de uitvoering van nieuw beleid zal beter gekeken moeten worden waar in de begroting financiële ruimte te vinden is. Door te kijken naar budgettaire ruimte en zorg te dragen voor structureel en reëel evenwicht voldoen we aan de bepalingen van de toezichthouder, de provincie”.
Door: Geert van Someren