door Geert van Someren
De Ridderkerkse werkgroep Lucht en Geluid en de gemeente Ridderkerk zijn het na bijna anderhalf jaar praten niet eens geworden over de extra geluidsbelasting die de drie te bouwen windturbines in Nieuw Reijerwaard zullen opleveren. Het gaat daarbij om de vraag hoe de stapeling van het geluid moet worden berekend. De tweespalt blijkt uit schriftelijke vragen die de raadsleden Petra van Nes (Burger op 1) en Jeroen Rijsdijk (PvdA) hebben gesteld aan het college van B&W. Daarin is wethouder Marten Japenga verantwoordelijk voor deze zaak.
Op 1 november 2018 hebben de twee raadsleden voor het eerst vragen gesteld over de stapeling van het geluid. Dit naar aanleiding van de resultaten van een onderzoek uitgevoerd door de leden van de werkgroep Lucht en Geluid. Na de beantwoording van de vragen eind november 2018 door het college van B&W, constateerde de werkgroep dat daar fouten in zaten. In januari gaf het college toe dat de berekening op één punt onjuist was. Op zich is het onjuist informeren van de gemeenteraad een politieke doodzonde, maar deze zaak is zelfs voor deskundigen technisch zo ingewikkeld, dat een fout begrijpelijk is.
Volgens de werkgroep is de door de gemeente gehanteerde methode om de extra geluidsbelasting te berekenen, ook op andere punten onjuist, zo werd begin vorig jaar al duidelijk. Diverse daaropvolgende gesprekken met de gemeente hebben niet tot resultaat geleid, zo constateren de twee raadsleden in hun vragen. Ze stellen daarbij diverse inhoudelijk zeer technische vragen, met als kernvraag waarom het college niet dezelfde methodiek voor de berekening hanteert als de werkgroep Lucht en Geluid.
“De gemeente wil graag betrokken inwoners die zich inzetten voor een beter Ridderkerk. De leden van de werkgroep Lucht en Geluid zijn van die betrokken inwoners”, zo stellen Van Nes en Rijsdijk in hun vragen. “Zij hebben veel tijd en energie gestoken om een in hun ogen door de gemeente gemaakte fout te herstellen. De gesprekken met Lucht en Geluid hebben bijna anderhalf jaar in beslag genomen. De uitkomst van de gesprekken is dat u het onderling niet eens geworden bent”.
De twee raadsleden vragen waarom de gesprekken zo lang hebben geduurd. “Welke leer- en verbeterpunten ten aanzien van participatie heeft u voor uzelf uit de gesprekken met de werkgroep Lucht en Geluid gehaald? Op welke wijze worden deze punten meegenomen in de evaluatie van de participatie-instrumenten”, willen ze weten. Als laatste vraag willen de raadsleden weten of de werkgroep Lucht en Geluid een bedankje van het college van B&W heeft gekregen voor al haar inzet. “Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet”?