Indrukwekkende Holocaustherdenking in Ridderkerk

30 January 2020, 15:34 uur
Algemeen
mainImage

Maandagavond werd herdacht dat 75 jaar geleden Auschwitz werd bevrijd. Na twee minuten stilte bij het monument voor de Joodse familie Den Hartog legden burgemeester Anny Attema en wethouder Henk van Os een bloemstuk. Harpe Davids speelde ‘Blijf bij mij Heer’.

De deelnemers aan de stille tocht liepen daarna langs het monument. Daar was ook het tijdelijke lichtmonument Levenslicht, ontworpen door Daan Roosegaarde, te zien. Het bestaat uit lichtgevende steentjes, waarvan er over Nederland 104.000 zijn verspreid: het aantal Nederlandse Joden, Roma en Sinti die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vervolgd, gedeporteerd en vermoord.

"Er zijn geen zes miljoen joden uitgeroeid, maar er is één jood vermoord en dat zes miljoen keer", citeerde de burgemeester Abel Herzberg in haar toe- spraak. "Zes miljoen keer afscheid nemen van je dierbaren (of zelfs dat niet), zes miljoen keer dagen, weken, jaren in doodsangst zitten, zes miljoen keer onmenselijk lijden, zes miljoen keer dood."

Burgemeester Attema noemde alle namen en geboorte- en sterfdata van de vermoorde familie Den Hartog. "Eens leefden ze hun leven te midden van ons, in Oostendam. Allemaal waren ze iemand. Mensen als u en ik, met een gezicht en een naam."

Vervolgens las ze voor uit het boek ‘t Hooge Nest van Roxane van Iperen. Het fragment maakte de gruwelijkheden in Nazi-Duitsland pijnlijk duidelijk. "Het is belangrijk is dat verschrikkelijke dichterbij te brengen, opdat wij nooit vergeten. NOOIT MEER AUSCHWITZ."

De woorden van de burgemeester werden afgewisseld met muziek door The Klezmer Society, geleid door Bert Vos. Zijn moeder was Ida Vos. Deze Joods-Nederlandse schrijfster overleefde de oorlog doordat zij kon onderduiken. De burgemeester citeerde uit het voorbereidend gesprek met Bert Vos. "We spraken over de verschrikkingen, maar ook over licht en hoop. Hij zei: Ik leef, ik besta, dankzij het feit dat er in de oorlog mensen zo moedig waren om mijn moeder te redden, door haar te laten onderduiken. Met gevaar voor eigen leven hielpen deze mensen vluchtelingen in eigen land. Zo spraken we over dit onbeschrijflijk erge: de mens is goed én slecht. Er bestaan geen goede of slechte volken. Je kunt niet zeggen: de Duitsers zijn slecht en Joden zijn goed. Maar wel heeft ieder individueel mens de keus tot het goede of tot het slechte."

Ida Vos schreef de dichtbundel 'Vijfendertig tranen', die staan voor de vijfendertig kinderen in haar klas. Van hen hebben er maar vier de oorlog overleefd. Burgemeester Attema besloot met het voorlezen van het gedicht 'Mijn zoon en ik'.