Een belangrijk obstakel voor een gekozen burgemeester verdwijnt uit de grondwet. De Eerste Kamer heeft besloten de huidige procedure over de benoeming van burgemeesters uit de grondwet te schrappen.

Met een duidelijke meerderheid van 57 tegen 11 zetels ging de senaat akkoord met het voorstel van D66-voorman Rob Jetten. Hij wil dat burgemeesters worden gekozen. Nu regelt de grondwet nog een benoeming per koninklijk besluit. Dat wordt als ouderwets en ondemocratisch beschouwd.

Begin dit jaar haalde ook al de Tweede Kamer een streep door de procedure. Jetten wil nu eerst een brede discussie over de positie van de burgemeester.

Het schrappen van de benoeming geldt als een groot succes voor D66 bij haar streven naar democratische vernieuwing. Een gekozen burgemeester is een van de kroonjuwelen van de regeringspartij.

Een groot deel van de Eerste Kamer was aanvankelijk nogal sceptisch. Zo hadden ook coalitiepartners CDA, VVD en ChristenUnie twijfels. Zij vreesden een uitholling van het burgemeestersambt, en vroegen de zekerheid dat de burgemeester ,,relatief onafhankelijk” en een verbindende figuur voor alle burgers blijft.

De angst bestond dat het schrappen van de huidige procedure meteen de weg effent voor een gekozen burgemeester. Jetten stelde de senaat gerust. Hij zei niet van plan te zijn ,,heel snel” een wetswijzing in te dienen om een volgende stap vast te leggen.

In de huidige procedure geeft de koning een klap op de voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken, na een aanbeveling van de gemeenteraad op basis van een vertrouwenscommissie. Critici spreken over achterkamertjes en een banencarrousel voor de grote partijen.

Niet alleen de benoeming van de burgemeester verdwijnt uit de grondwet, maar ook die van de commissaris van de Koning in de provincies. Daarmee wordt in ieder geval de weg vrij om hun aanstelling op een andere manier te regelen.