Toen ik mijn militaire dienstplicht vervulde, lag er (zo heet dat: je ligt in dienst, het geeft ook goed weer wat we een groot deel van de dag deden om het vaderland te verdedigen) bij mij op de kamer iemand die een woordenboek gemaakt had van dienstwoorden en -uitdrukkingen. Verreweg de meesten daarvan zouden in dit stukje absoluut niet vermeld mogen worden aangezien ik er van uitga dat er onder de lezers van deze column ook veel nette mensen zijn.
Het is nu winterstop en de voetballerij ligt stil. Om toch tegemoet te komen aan de mensen die moeite hebben met ontwenningsverschijnselen een stukje over de ‘ouwe jongens krentenbrood’ uitdrukkingen van deze sport in het algemeen en die van de trainers in het bijzonder.

De voetballerij heeft veel woorden en uitdrukkingen die de leek weinig zeggen.
Een oudje is ‘het bruinen monster’ uit de tijd dat een bal die kleur nog had en met een vetertje dicht zat om de binnenbal er niet uit te laten puilen. Zo’n vetertje kon gemeen zeer doen als het los ging en je een bal ‘op je kop nam’.
Eén van de meest gebruikte uitdrukkingen was ‘de bal is rond’ wat vroeger ook niet altijd het geval was.
Als ik zeg; ‘de trainer heeft niets op de bank’, zullen er mensen zijn die denken dat het met ’s mans financiële toestand slecht gesteld is en dat hij in de problemen komt als thuis zijn wasmachine het begeeft. Maar de kenners weten wel beter.
In dezelfde categorie valt, ‘hij heeft een brede bank’ wat je vaak van zijn ego ook kan zeggen.
De speler neemt de bal ‘op de pantoffel’, maar niet echt zuiver want dit is toevallig net ‘zijn chocoladebeen.’
Vroeger schreeuwden trainers ‘naar voren’, tegenwoordig hoor je, ‘sluit op’, zak in’, ‘maak breed’, ‘in de organisatie blijven’, ‘je man’ of, ‘ga het duel aan.’
En nog veel meer van dergelijke vaktaal die ze allemaal op de trainerscursus leren.
Ik heb eens een trainer van een vrij hoog spelend elftal uit deze buurt horen roepen; ‘die kant op’ waarbij hij naar het doel van de tegenstander wees. De man heeft het niet lang uitgehouden. Dat is te simpel, dat kunnen wij zelf ook wel verzinnen daar hebben we geen gediplomeerde trainer voor nodig die een ton per jaar verdient en niet verder komt met zijn tactische tips dan deze kreet. Voor dat bedrag heb je honderd welwillende supporters met net zoveel verstand van voetbal die tevreden zijn met een glaasje cola en een gevulde koek na afloop. Maar dat mag niet van de KNVB en zeker niet van de Vereniging Van Oefenmeesters die anders de vaak riante bijverdienste van haar leden in gevaar ziet komen. Maar ‘die kant op’ is wel de essentie van het voetballen samengebald in drie woorden.
Aan sommige trainers zijn ook soms grote acteurs verloren gegaan. Dat zien wij wekelijks op de t.v. als er een, na een in hun ogen foute beslissing van de ‘scheids’, de handen vertwijfeld opheft, zijn gezicht in opperste wanhoop vastgrijpt of een karatetrap uitdeelt om de ernst van de overtreding aan te geven. Ook zijn er die langzaam door de knieën zakken om vertwijfeld een hap uit de grasmat te nemen en op het laatste moment ontdekken dat die uit kunststof bestaat en dan tot de conclusie komen dat een mondvol rubbergranulaat gevaarlijker is dan een beetje grond met een verdwaalde worm er in. Zolang je maar niks tegen de scheidsrechter zegt is dat allemaal geoorloofd. Want als je het over echt grote ego’s hebt…….
Ook het praatje na afloop is vaak van een niveau die je het ergste over zijn taalgevoel doet vermoeden: ‘Je komt het veld op en je weet dat je moet winnen omdat je anders afzakt naar het rechterrijtje.’ Ronald Koeman was daar erg sterk in, ik ben benieuwd hoe hij dat in het Engels doet. Van Louis van Gaal weten we dat inmiddels.
Roep bij een voetbalwedstrijd ‘hoeken ’of ‘tweede paal’ en iedereen weet precies wat je bedoelt. Ook de betekenis van ‘man in je rug’ is bekend.
Je kan ‘breed leggen’, ‘inzakken’, ‘hangende spitsen hebben’, doorschuiven’, en ook ‘opkomen’ heeft voor de kenner geen geheimen.
Ook de ‘droge pegel’, de ‘tegendraadse knik’, het ‘tunnelen’ ook wel ‘poorten’ genoemd, wat één van de meest vernederende ervaringen voor een voetballer is, is gesneden koek voor diezelfde kenner.
‘We speelden met de punt van de ruit naar voren’; ik hoor het vaak zeggen.
Een ‘kalktrap’, wordt ook wel ‘pingel’ genoemd, en de vrije schop is meestal van ‘buiten de zestien’.
Voetballers worden vaak ook niet meer bij hun naam genoemd maar bij hun nummer. Dat doet me denken aan de uitroep van Theo Koomen, in mijn jeugd een bekend sportverslaggever: ‘namen zeggen me niets, ik wil rugnummers.’
En dus speelt een voetballer tegenwoordig ‘op de tien.’ wat ergens in het midden is, geloof ik.
Een doelman staat in zijn ‘kooi’, de scheidsrechter is nog steeds ‘de man in het zwart’ wat meestal niet meer opgaat, een speler die ‘op scherp stond en de okergele kaart voorgeschoteld krijgt’ kan ‘gaan douchen’, en degene die de ‘man van de wedstrijd is’ krijgt soms een ‘publiekswissel.’
Waar ik me wel aan erger is de populaire praat van commentatoren die zeggen dat een keeper ‘op doel’ staat.
Dat hebben ze overgenomen van de Vlamingen, bij ons staat hij er nog steeds in. Boven op de lat staande hou je er niet veel tegen. Dat heeft ook nauwelijks zin want dan moet je steeds naar beneden komen als de bal tegengehouden of uitgeschoten moet worden.
Ook de verslaggever die meldde dat de wedstrijd eindigde ‘in een 3-3 brilstand’ had het niet helemaal begrepen. Of zat niet bij de juiste opticien.
De ‘scheids voelt de wedstrijd aan’ en ‘houdt de kaarten op zak.’
De keer ‘warmt zijn handen’ aan een knal, ‘krijgt er een om zijn oren’ en ‘moet vissen’ of ‘de droeve gang naar het net maken.’
De rust heet ‘de thee’, een speler ‘vreet het gras op’ en een slecht veld is ‘een knollentuin’.
Na ‘het laatste fluitsignaal’ verlaten ‘de 22 acteurs,’ al dan niet tevreden, ‘de groene mat’.
Maar de grootste acteur zit vaak in de dug-out.

Teun Rijsdijk
Liefhebber van het spelletje