Ik vind het afnemen van interviews erg leuk. Je spreekt interessante mensen en je steekt er altijd wat van op. Een van mijn eerste interviews was met de oud-politicus Willem Aantjes. In de jaren zeventig van de vorige eeuw vond ik hem een inspirerende persoonlijkheid in de binnenlandse politiek. Vooral zijn z.g. Bergrede in 1975 maakte veel indruk op mij. Misschien weet u het nog wel. Met een verwijzing naar de tekst van Matth.25 toetste hij de politieke praktijk van deze wereld naar het evangelie. “We moeten hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden en zieken en gevangenen bezoeken. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijkt u eens om u heen. De hongerigen worden niet gevoed, zij sterven als ratten langs de weg in hun uitgedroogde landen”. In 1978 moest hij aftreden als fractievoorzitter van het net opgerichte CDA vanwege zijn rol in de Tweede Wereldoorlog.

Ik vond het een eer dat ik op een mooie zomerse dag in augustus 1995 een van mijn politieke helden mocht interviewen (Joop den Uyl was een andere politieke held). De ontmoeting met de toen 72 jarige Aantjes was zowel inspirerend als confronterend. Hij was gescheiden, woonde alleen in een klein huisje op het terrein van de instelling Zon en Schild in Soest dat hem tijdelijk door een vriend ter beschikking was gesteld en had na zijn aftreden geen fatsoenlijk werk meer kunnen vinden. Vijf uur lang vertelde een gedreven Aantjes zijn levensverhaal: over zijn jeugd in Bleskensgraaf, het bevindelijke geloof, zijn ARP, de politieke carrière en zijn dramatische aftreden in de politiek. Dat laatste heeft een verbitterd man van Aantjes gemaakt. Hij voelde zich geslachtofferd door de zware beschuldigingen van historicus Lou de Jong van het RIOD naar aanleiding van de rol van Aantjes tijdens de oorlog. De affaire had hem geleerd dat je banger moest zijn voor mensen die iets aan je te danken hebben, dan voor mensen die kritisch naar hem zijn geweest. Zij kunnen zich permitteren om ruimhartig te zijn. Hij moest na 1978 vaak denken aan de uitspraak van David: ‘Niet in handen van mensen vallen.’ Maar troost vond hij in zijn geloof dat het eindoordeel niet bepaald wordt door mensen, maar door Gods barmhartigheid. Ik heb na Aantjes nog vele mensen mogen interviewen, maar die middag in Soest zal mij altijd bijblijven.

Peter Meij